Windmill - Epcot starfields http://www.stilllife.nl/media/reviews/photos/original/7c/19/9b/225_WindmillEpcotStarfields_1244056279.jpg Hot
Als frontman Matthew Thomas Dillon gevraagd wordt naar het thema van zijn nieuwe plaat, volgt niet het meest simpele en voor de hand liggende antwoord: “It’s mostly about the brilliance and boundless ideas of humanity and how they will all inevitably come to an end. Everybody’s life is huge. The chances that we get to have this existence with this type of consciousness must be a billion to one. How do you even prepare yourself to say goodbye to it or to people that have shared it with you?” en verder ”embracing the perfect moments in life and recognising the sadness of everything passing in the moment of our death.” Als je de muziek van de tweede cd van Windmill “Epcot starfields” beluistert klinkt zo’n doordacht antwoord niet eens zo verrassend. Net zoals het nodig is zo’n antwoord nog eens te herlezen, dien je ook je tanden te zetten in dit wonderlijke album. Het werd opgenomen in totale eenzaamheid, in een kleine slaapkamer met de lichten gedimd. De muziek klinkt echter alsof het afkomstig is van een veel grotere plek, grenzeloos en weids. Het eerste album “Puddle city racing lights” werd overladen met de nodige superlatieven en loftuitingen en zo had de band meteen de wind flink in de rug. Vergelijkingen met bands als Mercury Rev en Flaming lips werden snel gemaakt. Gelukkig ontbeert Dillon het aanstellerige van de frontman van Mercury Rev. Het begint al met die aparte stem, die gedragen door veel kommer en kwel, bepaalt niet alledaags klinkt. De bijna klassieke muzikale invulling met piano, strijkers, percussie, koortjes en de combinatie met zijn vocalen zorgt voor een gedragen geluid dat je meezuigt de diepte in. Dillon weet daarbij aan de goede kant van de kitsch te blijven, en dat is knap omdat de muziek behoorlijk bombastisch is. Naast bombasti zorgt de elektronica ook voor een futuristisch randje en wanen we ons in een ruimteschip op reis door het universum. Geen kille ruimtetrip, maar een vlucht gevuld met warmte en emoties. Opener “Airsuit” verhaalt over het afscheid van een leven op aarde. Maak je echter geen zorgen, want hij stelt ons gerust: “But you got scared, but I’m fine, the stars and planets all line”. Toch loopt het slecht af als in slottrack “Spaceship Earth” de aarde vergaat en we allemaal dienen in te stappen om het noodlot te ontlopen. Op deze, altijd lastige, tweede cd hebben Dillon en zijn mannen goed gewikt en gewogen over de te volgen koers. Ze hebben gekozen voor minder bombast dan het debuut, een gok, omdat het commercieel wel eens minder zou kunnen aanslaan. Het is ook niet een plaat die al na één luisterbeurt beklijft, waar het debuut dat wel deed. De luisteraar moet beduidend meer moeite doen om bij de les te blijven, je moet er in weg willen zinken, maar als je dat kunt opbrengen zal je tot de conclusie komen dat het overrompelende debuut een prachtig vervolg heeft gekregen. Geen uitschieters, maar ook geen zwakke nummers, alles valt prachtig op zijn plaats op “Epcot starfields”. Tot slot geeft Dillon ons nog een boodschap mee: “How do you even prepare yourself to say goodbye to it or to people that have shared it with you?” Genoeg stof voor een derde album? Kwetal
"Fit" van het debuutalbum


