Nick Drake "Een onbegrepen fenomeen"

"When I had my office in Oxford St in '66 to '68, Nick Drake came to see me. He was a very jovial character, he was funny, very outgoing. He played me some music that I liked a lot, but very different from the music I was marketing. At that time, I was doing rock stuff, grooves, R&B-ish stuff like Spencer Davis. I'd already signed John Martyn, because I thought he was more like a jazz musician”,aldus Island baas Chris Blackwell. Nog geen zes maanden later brengt diezelfde Blackwell Nick in contact met producer Joe Boyd. Dit zal het begin van een verloren carrière markeren. Binnen een paar jaar zal Nick Drake uitgroeien van vrolijke, vriendelijke jongen tot een depressieve, introverte, gedesillusioneerde en in het leven teleurgestelde man die uiteindelijk een eind aan zijn leven maakt. De roem komt als o.a. volkswagen het nummer “Pink moon” gebruikt voor een grote commercial. We zijn dan ruim een decennium na zijn dood, maar het leidt de periode in van grote opgang van de muziek van Nick. Verkoopt hij tijdens zijn leven nog geen 5000 exemplaren van zijn platen, dan schieten ze als broodjes de winkel uit en worden met miljoenen verkocht. Dat is het ironische lot van Nick Drake, een onbegrepen legende. Hij was te vroeg, of te laat volgens jeugdvriend Robert Kirby met zijn muziek, die we nu gerust tijdloos mogen noemen."Nick was in some strange way out of time. When you were with him, you always had a sad feeling of him being born in the wrong century. If he would have lived in the 17th Century, at the Elizabethan Court, together with composers like Dowland or William Byrd, he would have been alright. Nick was elegant, honest, a lost romantic - and at the same time so cool. In brief: the perfect Elizabethan." (Robert Kirby, a Cambridge friend of Nick's who orchestrated his first 2 albums) 
Nicolas Rodney Drake wordt geboren in Rangoon, op het vroegere Birma, waar zijn vader werkzaam is als ingenieur voor een Britse handelsmaatschappij. Samen met zijn zus Gabrielle verhuist de familie in 1951 terug naar Engeland om neer te strijken in het pittoreske Tanworth in Arden. Vlak buiten het dorp koopt de familie een huis genaamd “Far Leys”. Het zal de uitvalsbasis vormen voor de gelukkige jeugd van Nick en zijn familie. Met een moeder als folkzangeres verwondert het niemand dat Nick en zijn zus worden ingewijd in de muziek. Hij leert al vroeg piano en gitaar spelen. Als hij acht jaar oud is wordt Nick naar de kostschool “Eagle House School” gestuurd, voor Engelse begrippen heel gebruikelijk. Al snel onderscheidt hij zich daar als atleet en koorknaap. Met kerst 1961 verhuist hij naar een nieuwe school om te gaan studeren aan het “Marlborough College”. Hiermee treedt hij in de voetsporen van de familie. Het is ook het moment dat Nick zich steeds meer gaat toeleggen op het spelen van muziek. Inmiddels speelt hij naast gitaar en piano ook klarinet en altsaxofoon. Zijn vriend David Wright leert hem zijn eerste akkoorden. Vanaf dat moment krijgt Nick meer oog voor de muziek dan voor school. Hoewel het imago van Nick er één is van een depressieve en ongelukkige man, is daar op Marlborough niets van te merken. Zijn vrienden van toen noemen hem een verlegen, maar verder heel gelukkig en vrolijk persoon. Zijn tijd op Marlborough eindigt in de lente van 1966 en er wacht Nick een nieuw leven.
De zomer van 1966 brengt hij slechts gedeeltelijk door in Tanworth in Arden, want met drie goede vrienden reist hij naar Frankrijk om te filosoferen en vooral om zich te beraden over de toekomst. Het belangrijkste bagagestuk is zijn gitaar die hij al die tijd gebruikt om op te spelen. Volgens velen legt Nick hier de basis voor zijn carrière als muzikant. Als hij in de herfst terugkeert trekt hij voorlopig in bij zijn zus Gabrielle die inmiddels in Londen woont en probeert als actrice aan de slag te komen.
In januari 1967 vertrekt hij, samen met Simon Crocker en Jeremy Mason, opnieuw naar Frankrijk om neer te strijken in Aix en Provence. Deze periode gebruikt Nick om zijn eigen songs te gaan schrijven en componeren. Daarnaast experimenteert hij met drugs, voor die tijd niet ongebruikelijk. Na ruim vier maanden keert hij, met een flink aantal songs op zak, weer terug naar Engeland . Zijn zus Gabrielle herinnert zich dat moment nog goed: “My mother had composed songs all her life, and my dad too. We were a pretty musical family. For Nick to write songs was a natural progression. When he came back from Aix en Provence, in the drawing room he played mum, dad and me “Strange meeting” and a couple of other songs. I thought gosh, he’s become a fully-fledged writer”.
Hij schrijft zich in op Cambridge om Engels te gaan studeren. Hij zal het daar slechts twee jaar volhouden, want al snel wordt duidelijk dat hij zich volledig op de muziek wil gaan focussen. Op de universiteit vindt hij ook zijn eerste publiek en merkt dat zijn muziek aanslaat. Familievriend en psychiater dr. Brian Velts herinnert zich de 19 jarige Nick nog heel goed: “He wasn’t an extrovert, but get to know him and he was really quite lively, interested and affectionate, with a dry sense of humour, like his father”. Het gaat dan ook veel te ver om Nick te bestempelen als een zwaarmoedige, depressieve jongen. Al tijdens zijn eerste jaar krijgt hij een contract bij Island Records. Hij wordt ontdekt op een Antiwar festival door de bassist Ashley Hutchings van het dan zeer succesvolle Fairport Convention. Hij brengt Nick in contact met de nog jonge Joe Boyd, de eigenaar van Witchseason Productions, onderdeel van het grote Island records. Bij de eerste kennismaking overhandigt Nick Joe Boyd een tape met ruwe demo opnamen en loopt vervolgens doodleuk de deur weer uit. Pas na enige tijd vindt Boyd de tijd om naar de tape te luisteren. Hij zegt hier het volgende over: “He handed me the demo tape and shuffled out the door. When I had some peace and quiet later that winter afternoon in 1968 I put the tape in the little machine in the corner of my office. The first song “I was made to love magic”…drew me in…Next came “Thoughts of Mary Jane” and “Time has told me”. I played the tape again and again. The clarity and strength of the talent was striking. The music stayed within itself, not trying to attract the listeners attention, just making itself available. His guitar technique was so clear it took a while to realise how complex it was. Influences were detectable here and than, but the heart of the music was mysteriously original". Na het beluisteren van de tape nodigt Boyd Nick uit in zijn studio om afspraken te maken voor een debuutalbum. Als Nick begint te spelen valt Boyd’s mond keer op keer open van verbazing: “Up close to the power of his fingers was astonishing, with each note ringing out loud – almost painfully so – and clear in the small room. I had listened closely to John Martyn, Bert Jansch and John Renbourn…none could match Nick’s mastery of the instrument". Technicus en producer John Wood verklaart: "Buitengewoon hoe hij gitaar speelde en wat een stem! Als technicus had ik een makkie, want bij hem hoefde ik bij wijze van spreken alleen de microfoon maar aan te zetten. Hij kwam vier of keer naar de studio, gewapend met alleen zijn gitaar en stem om de songs op te nemen".

Voor “River man” werd de hulp ingeroepen van Harry Robinson die achteraf verklaarde: “Zo, ik geloof dat het er wel mee door kan”, een dijk van een statement. Later werden ook cello’s toegevoegd. Nick was ongelooflijk kritisch. Alleen het beste was goed genoeg. Tenslotte worden dan ook fluit, hobo en koor toegevoegd, gebruikmakend van leden van The London Symphonic Orchestra en “The English Chamber Orchestra. Eindelijk is het album gereed en ziet het daglicht. Nick heeft dan besloten zijn studie Engels er aan te geven en volledig voor de muziek te gaan. Ondanks lovende kritieken verkoopt het album nauwelijks. Het bevat prachtige nummers als “Fruit tree”, "Cello song", "Time has told me" en "River song". Achteraf kunnen we rustig stellen dat de nummers hun tijd ver vooruit waren en niet pasten in de roerige periode die toen volop aan de gang was. Het “fingerpicking” gitaarspel van Nick is ook heden ten dage nog onnavolgbaar te noemen. Veel artiesten worden zwaar door hem beïnvloed, maar het is niet velen gegund ook maar in zijn schaduw te mogen staan. Dat de tijd niet rijp is voor de pracht van Nick Drake wordt op een trieste manier geïllustreerd tijdens zijn sporadische optredens, o.a. als voorprogramma van Fairport Convention. De verstilde muziek van Nick is niet aan het luidruchtige publiek besteed. De ingewikkelde nummers vereisen ook nog eens veel stemmen tussendoor en dat pikt het ongeduldige publiek niet. Het levert hem een enorme kater op. Veel optredens worden afgelast, omdat het Nick maar niet wil lukken om contact te maken met het publiek, er is domweg geen klik.

Joe Boyd is minder pessimistisch. Het is zeker niet ongebruikelijk dat een debuut maar vijfduizend exemplaren verkoopt en vol goede moed duiken ze opnieuw de studio in voor een tweede plaat. John Wood vertelt: “De opnamen voor “Bryter Layter” waren een feest. Ik keek uit naar de dagen om met Nick te kunnen werken. Het had altijd een extra dimensie, iets speciaals. Hij had exacte ideeën over hoe hij het wilde hebben. Na iedere take kwam hij de controlekamer binnen om te luisteren. Hij wist precies wat hij wilde, geen 1-2-3-4 ritme zoals veel popnummers toen. De musici hadden veel respect voor hem, omdat hij overtuigend was in zijn muzikale mening.. Tot die muzikanten behoorden grootheden als Richard Thompson, John Cale, Danny Thompson en Dave Mattacks, niet bepaald de minsten”. Vooral John Cale is diep onder de indruk als hij voor het eerst een tape van Nick hoort. Hij wil dan ook dolgraag meewerken aan het nieuwe album. Samen met Nick werkt hij aan “Fly” en het magnifieke “Northern sky”, misschien wel Nick’s mooiste en meest ingenieuze song. John en Joe besteden veel tijd aan het mixen van Bryter Layter en beide heren hebben onlangs verklaard dat ze niet eerder zo tevreden waren over het eindresultaat. We zouden het precies zo doen, als het weer over moest. Het opnemen van “Bryter Layter" kost aanmerkelijk meer tijd dan gepland en de release is uiteindelijk op 1 november 1970. De kritieken zijn zelfs nog beter dan bij het eerste album, maar ook nu laat het publiek het album massaal links liggen. Over het algemeen wordt Bryter Later beschouwd als Drake’s beste werk. Tegen die tijd besluit Nick om niet meer op te treden, een must voor betere platenverkopen in die tijd, en volgens vrienden trekt hij zich steeds meer terug en wordt nog introverter. Joe Boyd verklaart:”When Bryter Layter didn't give Nick the success that everyone had expected, selling just 3-4000 copies at the time, Nick, who was already shy and introspective, began to show signs of depression and confusion and became increasingly uncommunicative"
De eerste tekenen van een zware depressie kondigen zich aan, gevoed door het feit dat dezelfde producer Joe Boyd vertrekt naar Amerika. Hij valt in een zwart gat; geen manager, geen goedverkopende platen, geen concerten. Wat nu? Manager Chris Blackwell biedt Nick zijn appartement in Spanje aan om tot bezinning te komen. Als hij weer terug is in Engeland trekt hij zich opnieuw terug in Tanworth in Arden en komt nog maar zelden de deur uit. Zijn ouders en zus maken zich grote zorgen. Nick slikt meer en meer antidepressiva en is steeds moeilijker te benaderen. Hij is zwaar in het leven teleurgesteld, zijn droom is vervlogen. "Of all the albums I ever made, the two I produced by Nick are the ones I'm most proud of. I listen to them often because he was extraordinarily good - nothing he ever did was less than striking, and he had the gift of writing melodies of incredible beauty" Joe Boyd, producer of Nick's first two albums)
Nick lijkt volledig van het toneel verdwenen. Vanuit het niets ontvangt John Wood echter een telefoontje van Nick. "Ik wil een nieuwe plaat maken", is het enige commentaar. Omdat de studio overdag is volgeboekt besluiten ze om's nachts op te gaan nemen. "Pink Moon" zal de kaalste plaat van Nick worden, alleen zijn stem en gitaar. Hij geeft zichzelf tot op het bot bloot en de pijn en eenzaamheid druipen van de songs af. Geen noot en woord teveel. Het album komt uit op 5 februari 1972. Het nummer "Hanging on a star" verwoordt nog het best zijn teleurstelling en "state of mind":"Why leave me hanging on a star, when you deem me so high”. Wetende hoe zijn gemoedstoestand tijdens de opname moet zijn geweest is het moeilijk om naar het lied te luisteren en het droog te houden. "He arrived at midnight and we started. It was done very quickly. After we had finished I asked him what I should keep, and he said all of it, which was a complete contrast to his former stance. He came in for another evening and that was it. It took hardly any time to mix, since it was only his voice and guitar, with one overdub only. Nick was adamant about what he wanted. He wanted it to be spare and stark, and he wanted it to be spontaneously recorded.", aldus John Wood
Geruisloos verdwijnt Nick weer van het podium. Af en toe wordt hij gespot in Londen, maar veel contact met de buitenwereld heeft hij niet. De laatste stuiptrekking vindt plaats in februari 1974 als hij nog één keer, zonder duidelijk plan, in de studio verschijnt. Hij verklaart moeite te hebben met het schrijven van nieuw materiaal. Echte ideeën ontbreken en van de zelfverzekerde Nick is niets meer over. Hij is geknakt. Er worden slechts vier liedjes opgenomen, waaronder het huiveringwekkende ‘Black Eyed Dog’.Hij is te nerveus, te ver weg, om tegelijkertijd te zingen en gitaar te spelen. De zang- en gitaarpartijen worden apart van elkaar opgenomen "I can't cope, all the defences are gone. All the nerves are exposed. I can't think of words. I feel no emotion about anything. I don't want to laugh or cry. I'm numb-dead inside".
Een paar maanden later is het definitief over. Op een avond slikt hij te veel tryptizol, een antidepressiva om vervolgens aan het eind van de volgende morgen dood op bed gevonden te worden door zijn moeder. Het is dan 25 november 1974. Het valt te betwijfelen of het zelfmoord is geweest. Het lijkt er eerder op dat hij zich niet bewust is geweest van de dodelijke dosis die hij tot zich nam. "I personally prefer to think Nick committed suicide, in the sense that I'd rather he died because he wanted to end it than it to be the result of a tragic mistake. That would seem to me to be terrible: for it to be a plea for help that nobody hears.", verklaart Gabrielle Drake. We zullen het nooit zeker weten. Uit verklaringen van zijn familieleden blijkt dat zijn laatste maanden behoorden tot de gelukkigste van de laatste jaren. Vreemd is ook dat hij geen briefje heeft achtergelaten. Het maakt het mysterie rond zijn dood alleen maar groter. Nick is begraven op het St Mary Magdalena kerkhof in Tanworth in Arden. De grafsteen, bedekt met een dikke laag mos, ligt onder een grote eik. Op de steen staat “Nick Drake 1948-1974 Remembered with love”, met als onderschrift: “Now we rise and we are everywhere” een regel van het laatste lied van Pink Moon, “From the morning”.

Een onbegrepen grootheid is niet meer, maar na ruim 35 jaar is de muziek van Nick Drake springlevend en staat volop in de schijnwerpers. De muziek heeft de tand des tijds ruimschoots doorstaan. Wat zou hij er van genoten hebben en wat zou ik hem graag eens in levende lijve hebben zien spelen. Ik prijs mij gelukkig met de drie meesterwerken en alle verloren gewaande home-recordings en demo’s die postuum zijn verschenen. Nick Drake is inmiddels uitgegroeid tot een “begrepen fenomeen”. Eindelijk krijgt hij de aandacht die recht doet aan zijn grote talent.
Kwetal (een groot fan)

