Written by JoopKonraad
December 05, 2009 Hits: 991  0
Ik denk dat je aan de noise laag die over dit album heen ligt even moet wennen; want hoe vaker je de plaat luistert; des te beter hij wordt! Het beste nummer van het Belgische Kapitan Korsakov is met afstand When We Were Hookers. Dit is dan ook gelijk de opener van hun debuutalbum en neemt je mee op een fijn rockavontuur. Hierbij doet het denken aan een mix van Queens of The Stone Age, Eagles of Death Metal en Elextric Six. Hierna verzandt de plaat in iets teveel noise en punk van het goede en verliezen ze het maken van echte goede songs uit ogen. Gelukkig herpakken ze zich weer bij nummer acht; The Looder. Uiteindelijk overtuigt het trio
|
Written by JoopKonraad
December 05, 2009 Hits: 977  0
Zeven heren uit de Schotse Hooglanden die wonderschone, meeslepende en bombastische muziek maken! Ze zijn tegenwoordig met z’n zevenen de heren van Broken Records, en ze komen uit het mooie Schotland. Ze maken grootse, meeslepende muziek die overloopt van de instrumentatie en bombast, en ze zijn fantastisch! Elk nummer is weer even episch en de melancholieke melodieën ontroeren op het verstikkende af. Met een intens hartstochtelijke stem schreeuwt zanger Jamie Sutherland zich tot grote hoogten. Af en toe doet het denken aan David Eugene Edwards, dat komt mede door het randje folk dat het werk van Edwards ook vaak
|
Written by Heus
November 30, 2009 Hits: 685  0
Met het album HuckleBerry Tree heeft Garett Brennan een schot in de roos. Deze, voor mij nog onbekende artiest maakt direct veel indruk op mij, door dit uitstekende complete album. De eerste vergelijking die in me op kwam was Richmond Fontaine met het fantastische nummer 'I Fell into Painting Houses in Phoenix, Arizona'. Deze meneer komt uit Portland en maakt met zijn muziek een reis door verschillende landschappen. Van hillbilly-muziek tot Rockabilly. Daarnaast neemt hij je ook bij de hand in het nummer 'Joy sweet joy', waarna je hem eigenlijk niet meer zou willen loslaten. De band is goed afgestemd op de veelal schorre stem van Garett. Het album straalt veel positiviteit uit met nummers als Down the line en Too old to Dream. Je voelt de koele
|
Written by kwetal
November 25, 2009 Hits: 570  1
Martha maakt, samen met broerlief Rufus, deel uit van de roemruchte, extravagante en vooral tegendraadse familie Wainwright. Dat tegendraadse is vooral door pa Loudon Wainwright III met de paplepel ingegoten. Hij begon in de roerige jaren 60 een carrière als singer songwriter, bouwde een hondstrouwe schare fans op, maar bleef altijd in de schaduw van de groten der aarde. Moeder en tante Kate & Anne McCarrigle timmerden als folkduo ook succesvol aan de weg. Het kon dan ook niet uitblijven, Martha en Rufus moesten en zouden ook hun sporen gaan verdienen in de muziekwereld. Waar Rufus vanaf het begin succesvol was met zijn extraverte muziekstijl, duurde het voor zus Martha beduidend langer. Na een aantal in eigen beheer uitgebrachte ep’s brak ze pas door met de cd “Martha Wainwright”. Met dit indrukwekkende album zette zij zichzelf evenwel direct op de (wereld)kaart. Een uitgebreide Europese en Amerikaanse tour deed haar definitief doorbreken. De Wainwrights hebben weinig last van gene en terughoudendheid. Rufus liet zich als "gay messiah" in het roze aan het kruis nagelen tijdens (Europese) concerten en Martha gaf één van haar ep’s de veelzeggende titel “Bloody motherfucking asshole” mee.
|
Written by pivo
November 20, 2009 Hits: 972  0
Misschien wel de mooiste neofolk- en singer-songwriterplaat van 2009 is Alas my love van The bony king of nowhere. In België is hij reeds een begrip. Daar heeft een succesvol optreden op Pukkelpop zeker aan bijgedragen. De jonge Gentenaar (22 jaar) vist uit dezelfde poel als bijv. Devendra Banhart, Grandaddy en…Tom Yorke! Dit laatste is niet zo vreemd,want Bram Vanparys heeft zijn artiestennaam ontleend aan de ondertitel van There there uit Hail to the thief van Radiohead.
|
Written by Heus
November 19, 2009 Hits: 1042  0
De kunst van eenvoud. Wat is eenvoud prachtig. Dit komt tot uiting op het album Animal Boy van Matt the Electrician (Matt Sever), waar hij terug lijkt te gaan naar de basis van de Folk. Zoals zijn artiesten naam al zegt is hij elektricien in Austin geweest. Naast zijn werk besteedde hij ook tijd aan muziek en dit heeft geleid tot zijn zesde studioalbum dat hij in eigen beheer uitbrengt. Zijn eerste instrument was de trompet die hij uiteindelijk heeft ingeruild voor zijn geliefde gitaar. Zijn inspiratie haalde hij uit Woody Guthrie en The Hollies, waardoor zijn album een afwisselende maar ingetogen indruk achter laat. In de nummers Loma Prieta en Got youre back kruipt Matt even uit zijn schulp, om er daarna weer snel in te kruipen.
|
Written by kwetal
November 15, 2009 Hits: 1240  0
In vijf jaar tijd heeft Brown Bird zijn vierde cd, “The devil dancing” uitgebracht, een heel respectabel gemiddelde. Zanger David Lamb, het creatieve brein achter de groep, zingt met een diepe, donkere stem over onderwerpen die over het algemeen het daglicht niet verdragen. Waar de eerste albums een beetje verzandden in vooral goede bedoelingen en de saaiheid voortdurend op de loer lag, kiest Brown Bird hier voor een andere aanpak. Opgenomen in de Hogfarm Studios in Biddeford en Peapod Record Studio in Portland heeft men samen met producer Ron Harrity gezocht naar een gevarieerder geluid. Op de eerste albums was het talent al onmiskenbaar aanwezig, maar pas op het vierde album weet de band hun niet geringe kwaliteiten om te zetten in een klinkklaar resultaat. De groep is uitgebreid met de (staande) bassist Micah Blue Smaldone en meteen in het eerste nummer “Danger and dread” bewijst hij zijn waarde voor Brown Bird. De bas vormt de basis voor deze geweldige opener, die verder wordt opgesierd met banjo, harmonica, drums en viool. De harmonica wordt bediend door Jeremy Robinson. De liedjes zijn diep geworteld in de americana en folk, maar de band schuwt het niet om de grenzen nadrukkelijk te verkennen en zo keer op keer te verrassen.
|
Written by kwetal
November 14, 2009 Hits: 1007  0
Lisa Gerrard heeft haar ziel verkocht aan de filmindustrie en de bijbehorende soundtracks. Het levert geld op en het heeft er alle schijn van dat ze haar niet geringe talent daar aan opoffert. Lisa ken ik vooral van Dead Can Dance, dat in de schamele jaren 80 voor één van de weinige lichtpunten zorgde. Samen met Brendan Perry was ze verantwoordelijk voor een belangrijke vernieuwing in de popmuziek. Ze hadden het vermogen om oud en nieuw tot iets volslagen origineels te smeden. Het leverde een aantal tijdloze albums op die bol stonden van de afwisseling, ze sleepten ons de hele wereld mee rond, oosterse en westerse muziek liepen volledig met elkaar in de pas. De prachtige, hoge en vooral loepzuivere kopstem van Gerrard matchte wonderwel met de lage, donkere, sonore stem van Perry. Zij zong louter in klanken en bedacht een eigen (gevoels)taal. De benadering van Perry was veel aardser, ook omdat hij Engels zong. Maar juist dat contrast en die afwisseling tussen beide grootheden, vormden de kracht van Dead Can Dance. Zij hadden het vermogen om met elk album weer te verrassen en een eigen wereld te scheppen waarin het goed toeven was. Ik heb ze een aantal keren live mogen aanschouwen, elke keer weer een belevenis. Soms was het sappelen voor ze, vooral financieel, waardoor ze live nogal beperkt waren in hun mogelijkheden. Thuis was er altijd de discussie waar Dead Can Dance voor stond; een kruisbestuiving tussen oosters, westers, pop, opera en klassiek.
|
Written by pivo
November 13, 2009 Hits: 587  0
Eén van mijn favoriete cultbands uit de jaren tachtig is Green on red uit Tuscon Arizona. Ze werden geassocieerd met the Paisley underground uit L.A., waar ook the Dream syndicate van Steve Wynn bij hoorde. De band heeft een paar legendarische albums gemaakt,waarvan Gravity talks (1983), Gas food lodging (1985) en Here come the snakes (1988) in brede kring bekendheid genoten. De groep bestond o.a. uit de charismatische zanger Dan Stuart, Chuck Prophet (gitaar) en Chris Cacavas op orgel en piano.
|
Written by kwetal
November 11, 2009 Hits: 523  1
Voor de band Holopaw zal ik altijd een zwak houden, aangezien ze verantwoordelijk zijn voor het prachtige nummer “Abraham Lincoln”. Inmiddels zijn we een paar jaar verder en is de groep toe aan alweer het derde wapenfeit, “Oh glory oh, wilderness”. De eerste twee albums “Holopaw” en “Quit +/or flight” stonden bol van de kwaliteit, werden positief gerecenseerd, maar verdwenen in de marge. “Muziek kan soms zo extreem simpel zijn dat ze groots wordt”, las ik elders op het net. Zanger John Orth zingt alsof hij net een enorme tegenslag te verwerken heeft gekregen en dat onmiddellijk met ons wil delen, puur en ongecensureerd. Zijn woorden klinken breekbaar en bevend, hetgeen het geheel een diep melancholische lading meegeeft. John Orth zingt met een getormenteerde, bijna afgeknepen stem; hij draagt het leed op zijn stembanden. Zijn vocalen maken de holopaw sound zo typerend en uit duizenden herkenbaar; het is de manier om je van anderen te onderscheiden. Het blijft een opvallend verschijnsel dat veel kwaliteitsmuziek, zoals van Holopaw, niet of nauwelijks door het (grote) publiek wordt opgemerkt.
|
|